Voorgeschiedenis

Op 31 oktober 2003 werd in Bobo Dioulasso de 43° verjaardag van het Burkinabese nationaal leger gevierd. Voor die gelegenheid werden heel wat festiviteiten georganiseerd in de stad, waaronder een militaire optocht, de “Retraite au Flambeau”. Deze jaarlijkse stoet wordt gekenmerkt door het feit dat de soldaten blikken met brandende petroleum boven het hoofd dragen.

Normaal gezien wordt er een laag zand op de bodem van de blikken voorzien om te verhinderen dat ze te heet worden en de drager zijn handen verbrandt.

Doch om een nog steeds niet achterhaalde reden vergat men in 2003  om het isolerende zand in de trommels te gieten, waardoor het onvermijdelijke geschiedde: de blikken werden gloeiend heet en onhoudbaar waardoor enkele deelnemers ze lieten vallen of van zich af wierpen, te midden van de massa. Daardoor kwam een kettingreactie op gang, waarbij iedereen in de stoet zijn trommel van zich afwierp en het op een lopen zette, met rampzalige consequenties tot gevolg.

 

In totaal raakten 278 mensen zwaar verbrand, waarvan 233 kinderen. Daar waar de verbrandingen zich bij volwassenen vaak vanaf hun middel situeerden, liepen de kinderen over het hele lichaam zeer ernstige brandwonden op; zij wandelden immers onder het niveau van de benzineblikken en kregen de brandende petroleum over het hoofd.

Vandaar dat bij niet minder dan vijftig van hen derdegraads brandwonden werden gediagnosticeerd welke zich over meer dan 50 % van het lichaamsoppervlak verspreidden en dat bij 11 kinderen intensieve verzorging nodig bleek.

Allen werden voor behandeling overgebracht naar de desbetreffende dienst: een groot, kaal en nauwelijks onderhouden lokaal met schimmel aan de muren, zonder enige sfeer maar met veel vliegen…

Achtentwintig patiëntjes werden op verschillende diensten van het plaatselijke hospitaal ondergebracht, waar ze een plaats kregen tussen andere patiënten met allerlei andere ziekten.

De resterende elf kinderen werden – bij gebrek aan een geschikte locatie – in de infirmerie van het militair kamp verzorgd. Nog eens 228 patiënten werden behandeld in het dispensarium van de legerbasis.

 

Omdat de Burkinabese overheid het hoofd niet kon bieden aan de situatie, zag zij zich genoodzaakt hulp te vragen aan het buitenland. Vrijwel onmiddellijk ging het Belgische Ministerie van Defensie in op dat verzoek en liet op 8 november een eerste gespecialiseerde brandwondenploeg naar Bobo Dioulasso vertrekken. Het team bestond uit één anesthesist, één  kinesitherapeut – rampenmanager en drie verpleegkundigen.

Bij aankomst bleek echter dat het meegebrachte medisch materiaal absoluut onvoldoende was voor de behandeling van alle slachtoffers en dat er vooral nood bestond aan chirurgische behandeling van de patiënten.

Bovendien was de verblijfsduur van de ploeg beperkt gehouden tot een periode van drie dagen; de medici verlieten op 11 november 2004 hun patiënten dan ook met gemengde gevoelens.

 

Ons land bleek niet ongevoelig voor de Burkinabese ellende en stuurde nauwelijks 24 uur later, op hun uitdrukkelijke vraag, een nieuw team ter plaatse, bestaande uit een brandwondenchirurg en een kinesitherapeut – rampenmanager.

Dit keer zou de ploeg, voorzien van extra medisch materiaal, 14 dagen in het rampgebied verblijven.

 

In die tijd moest  het een drievoudige opdracht zien te verwezenlijken, namelijk:

-                     het reorganiseren van het patiëntenbestand en het plannen van de behandelingen,

-                     de chirurgische en revaliderende behandeling van de patiënten,

-                     de opleiding van een lokaal team, gaande van chirurg tot poetsvrouw.

 

Doordat van deze tweede missie door de Vlaamse televisiezender VTM een reportage werd gemaakt voor het programma “Telefacts”, die werd uitgezonden op 26 november 2003 onder de benaming “Dokter Burkina”, kwam er een hele stroom van financiële en logistieke hulp op gang. Amper een week na terugkomst, vertrokken de 2 specialisten van de tweede ploeg opnieuw – geheel vrijwillig maar nog steeds ondersteund door de medische dienst van defensie  – voor tien dagen naar Bobo Dioulasso.

Alle goederen die door sympathisanten waren geschonken ingevolge de uitzending van de documentaire, werden meegenomen. Er was zelfs een som geld ingezameld die zou worden aangewend om de lopende medicatierekening te vereffenen.

In het kielzog van de medici reisden een aantal reporters van “Telefacts” weerom mee om het werk van het team nogmaals op beeld vast te leggen. De reportage “Vlaanderen leeft mee” was te zien op 17 december 2003.

 

Omdat diegenen die bij de ramp in Bobo Dioulasso waren betrokken, toen voelden dat ze de Burkinabese brandwondenpatiënten niet meer uit hun hoofd noch uit hun hart zouden kunnen bannen, besloten ze zich te verenigen in een organisatie die de benaming “FLAME” kreeg.

Het brandwondenproject werd in eigen beheer genomen en er werd getracht alle geleverde financiële en materiële steun op een zo goed als mogelijk georganiseerde manier te vervoeren om hem ter plaatse aan te wenden.

Heel wat farmaceutische firma’s bleven het project ondersteunen met de levering van hulpgoederen voor de behandeling van brandwondenpatiënten en, mede dankzij  de hulp van enkele commerciële partners, kon een logistiek netwerk worden uitgebouwd.

Hierdoor slaagde “FLAME” erin maandelijks enkele honderden kilo’s medische hulpgoederen gratis te verschepen naar de slachtoffers in  Bobo Dioulasso.

De collega’s medici ter plaatse hielden de Belgische artsen via de telefoon en internet op de hoogte van het genezingsproces van de brandwonden. Zo kon hier – afhankelijk van de toestand van de patiënten – aangepast medisch materiaal worden aangekocht of ingezameld en verstuurd.

 

Toch vermeldenswaardig is dat er op slechts drie maanden tijd niet minder dan 2.800 kg medisch materiaal werd afgeleverd:

 

-                     op 12 januari 2004 werden er 300 kg  medische hulpgoederen aangeleverd, waaronder vitaminerijke voeding voor kinderen, dankzij de hulp van het AD-sportteam van zanger Koen Wauters, die deelnam aan de woestijnrally PARIJS – DAKAR. De rustdag van de rally was in Bobo Dioulasso . Dubbelklik op de foto voor de fotoreportage.

 

-                     op 25 januari 2004 arriveerde er 750 kg medische hulpgoederen, dankzij een gratis transport, verzorgd door de firma AFRIMEX – Belgique.

 

-                     eind februari 2004, kwam er nogmaals  1,5 ton medisch materiaal aan in Bobo, dankzij de hulp van AFRIMEX- Belgique.

 

-                     op 26 februari 2004 vertrok er via de haven van Le Havre in Frankrijk, 250 kg medicijnen. Dit transport werd mogelijk gemaakt door de goodwill van een Franse hulporganisatie. Deze medicijnen bereikten Bobo op 22 maart 2004.

 

-                     op 12 maart verstuurde “FLAME” via DHL 2500 cm² donorhuid naar Bobo, teneinde twee zwaarverbrande kinderen te voorzien van een biologisch verband.

 

Op 23 april 2004 keerde een ploeg van twee paramedici, een verpleegkundige en een kinesitherapeut, in het kader van “FLAME” terug naar Bobo Dioulasso om er de behandeling van de patiënten te evalueren.

De medische ploeg ter plaatse had alles in het werk gesteld opdat de meeste patiënten op de consultaties aanwezig konden zijn.

Het doel van de missie bestond erin de wonden te evalueren, de nabehandeling bij te sturen en daar waar nodig nog enkele operaties uit te voeren met de hulp van de plaatselijke chirurg.

 

Van de 278 oorspronkelijke patiënten werden er een kleine 200 onderzocht, waaronder alle vijftig zwaarverbranden. De resultaten waren verbluffend; het lokale medisch team had uitzonderlijk werk verricht. Jammer genoeg waren er in de loop van de voorbije zes maanden vijf patiënten overleden ( 4 kinderen en 1 volwassene ).

Anderzijds mag gesteld worden dat er 273 patiënten vrij goed gerecupereerd zijn, in die zin dat ze zelfstandig kunnen functioneren.